Op pad

Het is 0400 als de wekker gaat, ik ben al aangekleed en inmiddels een kwartiertje wakker omdat mijn interne wekker roept dat het tijd voor actie is. Dit keer druk ik op de knop van het koffiezetapparaat, met goed resultaat zou dit keer blijken. 

Rond 0430 komt er iemand van de Vaste Kampstaf controleren of we de kamers wel netjes achter laten waarna de bus om 0500 het terrein op komt rijden. De gehele periode is het wel duidelijk geworden dat de Vaste Kampstaf op een automatische piloot werkt en niet erg klantgericht is. Hun gemakzucht resulteert er nu weer in dat iedereen met 2 tassen van 20 kilo en een tas van ongeveer 5 kilo naar een verderop gelegen parkeerplaats moet lopen. Het mag de pret niet drukken en om 0530 zit iedereen in de bus. De busrit naar Eindhoven verloopt vlot en we stappen uit bij de Militaire vliegbasis. Al snel staan we met onze spullen gereed in de vertrekhal, vanuit de 43e Gemechaniseerde Brigade spreekt een kleine delegatie ons nog kort toe en vertrekken we door de Douane. Hier blijkt dat we elektrische tandenborstels en tondeuses niet in de ruimbagage mogen laten zitten, vanwege de oplaadbare accu’s ofzo.

 

Op de strip staan een hele reeks militaire vliegtuigen in verschillende formaten. Ik fotografeer er enkele in de hoop dat die van ons er tussen staat en ik er vast een tof kiekje van heb. Als er dan een bus voor rijd die ons naar het vliegtuig brengt, ontdek ik dat we met een civiel toestel gaan vliegen. Eentje uit Tsjechië wel te verstaan. De bezuinigingen bij Defensie slaan een beetje door, denk ik nog bij mijzelf als ik op de stoel ga zitten. Maar het vliegtuig is nog leeg, wij zijn denk ik de eerste stop wat er in resulteert dat de meesten 3 stoelen voor zichzelf hebben.

 

Al snel vertrekken we keurig als gepland om 0910 naar Denemarken waar we niet veel later de eerste landing maken. Daar aangekomen krijg ik een berichtje vanuit Nederland, mijn zus en huisgenootje staan op de kazerne van de quarantaine om de spullen op te halen die ik niet mee nam naar Afghanistan. Ze krijgen geen toestemming om het terrein op te gaan, terwijl dat met de vaste Kampstaf wel was afgesproken. Met enige irritatie en vrij directief bel ik C-vaste kampstaf op welke ik vertel dat die direct naar de wacht gaat om dit te regelen. Dan begint het vliegtuig zich te vullen, er stappen Deense Militairen in het vliegtuig. Iedereen kijkt om zich heen en hoopt ergens dat ze niet de luxe van drie stoelen hoeven in te leveren. De nieuwelingen lopen gelukkig allemaal door naar de achterzijde van het toestel waar nog voldoende ruimte is. We staan ongeveer een uur aan de grond, mijn spullen in Nederland zijn intussen gevonden, waarna we weer opstijgen.

 

De volgende stop is Zweden en als ik het raam uit kijk zie ik .... sneeuw. We staan wederom ongeveer een uur aan de grond terwijl enkele Zweedse collega’s instappen. Ik heb nog steeds drie stoelen voor mijzelf, so far...so good. Als we in Noorwegen landen verlang ik alleen nog maar meer naar Afghanistan, want in Noorwegen zie ik overal ijs. De landing in Finland resulteert in een combinatie van met ijs bedekte meren en wederom sneeuw. Intussen stappen er wederom mensen in, maar het vliegtuig bied ook hen nog voldoende ruimte om mij 3 stoelen te laten behouden.

 

De vlucht naar Georgie was denk ik de langste van de hele reeks. We landen er voor een pilotenwissel en het vliegtuig wordt afgetankt. Daarna vliegen we door naar Kabul. Als we aankomen, breekt net de dag aan wat zorgt voor een soort magie als we naar buiten kijken. Een deel van de mensen hier stapt uit, onverwacht begint het vliegtuig zich echter te vullen. Na onze stop in Masar-e-Sharif blijkt het vliegtuig weer terug te vliegen naar Europa om daar weer militairen naar huis te brengen. De laatste stop is in zicht, gespannen kijk ik uit het raam. De landing verloopt vlot en al snel kunnen we de eerste collega’s ontmoeten die klaar staan om ons op te vangen. Voor we het vliegveld mogen verlaten wordt iedereen gecontroleerd op koorts. Als dat het geval is, wordt je hier direct apart gezet en ga je in quarantaine, maar gelukkig mag iedereen mee. Al vrij snel komen we aan op “Dutch Mountain”. Hoewel sommige dingen verandert zijn herken ik nog veel van de periode dat ik er was in 2012. Het onthaal is warm, veel collega’s staan ons op te wachten. Ook J. degene van wie ik de functie ga overnemen.

 

 

Snel krijgen we een welkomstwoord, worden de belangrijkste veiligheidsregels en richtlijnen uitgelegd en mogen we aansluitend de persoonlijke wapens halen. Gelukkig heeft J. een goede HOTO voorbereid en al snel sleept hij mij het kamp over. Hoewel ik dacht dat Nederland soms blijft hangen in bureaucratie, blijkt dat de Duitse collega’s hier in zijn afgestudeerd. In de daaropvolgende dagen moeten we allerlei spullen overdragen zoals een telefoon, radio, computer, etc. Voor elk los item heeft men een apart bureau of loket ingericht welke geen van allen bij elkaar in de buurt zitten. Voor elke overdracht van materiaal moet zowel J. als ik papieren invullen die getekend moeten worden. Daarnaast heeft J. een boekje voorbereid waarin ik vervolgens bij al die bureautjes ook nog een handtekening EN een stempel moet krijgen.

 

Dit resulteert er, samen met het kennismaken op de diverse locaties, in dat ik de eerste dagen meer dan 17000 stappen op een dag zet. Het gevolg zijn enkele flinke blaren op beide voeten, maar dat mag de pret niet drukken. De informatiestroom vanuit J. is intens, de nachten zijn kort en mijn voeten zijn moet, maar het belang van mijn rol hier is groot. Goed werk gaat hier verschil maken tussen leven en dood.


«   »