Dit is wat ik in Afghanistan doe:

"Maar wat doe je dan in vredesnaam?" De vraag die vele mensen mij gesteld hebben, is wat ik nu precies zou gaan doen in Afghanistan. Mijn functie hier bestaat eigenlijk uit twee delen. De eerste is die van “Medical Planner Operations”. Dit is weliswaar een belangrijke functie, maar wellicht wat saaier als het tweede deel. Dat is namelijk die van Chief PECC (Patient Evacuation Coordination Cell) waarin onvoorspelbaarheid en intensiteit toch de boventoon voert.

Maar laat ik eerst een beetje uitleggen in welke wereld ik hier beland ben. De eenheid waar ik hier onderdeel van uitmaak heet “TAAC-N” (Train Advise and Assist Command- North). Wij zijn onderdeel van de missie Resolute Support en verantwoordelijk voor het adviseren en ondersteunen van het Afghaanse veiligheidsapparaat in het Noordelijke deel van Afghanistan. Dit gebied is ongeveer net zo groot is als Polen, Duitsland en Nederland bij elkaar.

We werken hier in gebieden waar nog altijd veel gevochten wordt tussen verschillende partijen. Daarnaast kan iemand van de coalitietroepen in het gebied ook struikelen, ergens van af vallen of gewoon ziek worden zoals dat in Nederland ook gebeurt. Het gezondheidszorg systeem in Afghanistan is alleen niet van een kwaliteit zoals we dat gewend zijn en omdat er bij het uitvoeren van onze activiteiten altijd iets mis kan gaan, is het belangrijk dat we een goed werkend systeem hebben om militairen die onverhoopt gewond raken snel af te kunnen voeren.

Als iemand om wat voor reden dan ook gewond raakt, kan elke militair te hulp schieten voor eerste hulp. Daarnaast hebben we afgesproken dat een Nederlandse militair altijd binnen 15 minuten geholpen moet worden door een verpleegkundige. Deze zorgt er dan voor dat de eerste essentiële hulp verleend kan worden. Voor de afvoer van een gewonde hebben we de beschikking over gepantserde ambulances en MEDEVAC helikopters die je dan snel kunnen afvoeren naar het militaire ziekenhuis op het kamp. In dat ziekenhuis werkt zowel Nederlands als Duits personeel, maar vind je ook onze Nederlandse huisarts voor alle kleinere ongemakken die zich hier voor kunnen doen.

Omdat we weten dat de overlevingskans groter wordt naarmate iemand sneller op een operatietafel ligt, hebben we afgesproken om bij militaire operaties er op te plannen dat iemand binnen een uur in het ziekenhuis kan zijn als er iets mis gaat (de bekende golden hour). Als de artsen in het ziekenhuis vaststellen dat iemand aanvullende medische zorg nodig heeft, kunnen we de patiënt over laten brengen naar een gespecialiseerd ziekenhuis in Afghanistan. Maar het kan ook dat iemand terug gevlogen moet worden naar zijn eigen land.

Mijn taak als Medical Planner is om te zorgen dat voor alle militaire operatien die bedacht worden er een goed afvoerplan voor gewonden is. Ik kijk dus vooral mee met het planningsproces en adviseer daarin welke mogelijkheden er zijn en wat de beste opties zijn. Soms is dat heel makkelijk, vooral als je voldoende middelen hebt. Maar soms wordt dat ook wel heel lastig en moet ik de commandant adviseren om wellicht een keuze te maken iets niet te doen of op een andere manier te doen.

Mijn werk als C-PECC vind ik zelf wel leuker, het is denk ik ook wat tastbaarder en heeft direct effect. Hoewel dit op de meeste dagen eigenlijk heel saai is, word ik op een middag gebeld door een Amerikaanse collega. Hij vraagt of het mogelijk is dat we twee Afghaanse patiënten van een auto ongeval kunnen opnemen in ons hospitaal. Snel spring ik op mijn fietsje en scheur ik naar het PECC. Als ik daar aankom blijkt een collega daar via een andere lijn gevraagd te zijn of we een ‘commander’ kunnen opnemen in het systeem. Even is het onduidelijk of dit dezelfde patiënten zijn of dat er sprake is van 2 verschillende incidenten met in totaal drie patiënten.

Vanuit de lijn van mijn collega komt het bericht dat het 1 patiënt is die al ingevlogen wordt met een helicopter. Of het een Afghaanse “commando” of “commander” is, is nog onduidelijk, maar snel laat ik een Ambulance naar het vliegveld sturen zodat de patiënt in elk geval daar kan worden opgehaald en naar het hospitaal gebracht kan worden.
Op het PECC heerst een gespannen soort rust, iedereen is gefocust aan het werk. Een sergeant is druk in gesprek via een porto om de Ambulance op de juiste plek te krijgen en te voorzien van de dan bekende informatie. De kapitein loopt heen en weer en probeert te achterhalen of dit om 2 casussen gaat of toch om 1. Twee andere sergeanten van het PECC zijn intussen opgetrommeld en lopen binnen. Ze gaan rustig zitten en wachten af tot ze iets kunnen doen. Intussen bel ik met de Amerikaanse collega’s om te achterhalen of zij inmiddels meer informatie hebben. Het systeem in de PECC draait op volle toeren. Informatie wordt gezocht, vergeleken, geverifieerd en zodra er meer duidelijkheid is volgt er een korte luide duidelijke update zodat alle aanwezigen hetzelfde beeld hebben.

De MEDAD (medical advisor) die verantwoordelijk is voor de medische zorg in TAAC-N heb ik gebeld, ook hij komt polshoogte nemen. Snel brief ik hem de stand van zaken. Na zo’n 15 tot 20 minuten blijkt dat het inderdaad om één incident gaat, de verwarring verandert langzaam in duidelijkheid. Het betreft 2 slachtoffers van een auto ongeval welke een dag eerder plaats heeft gevonden. Deze liggen op dat moment in een Afghaans ziekenhuis maar men zou beide patiënten graag door een CT-scan halen voor een betere analyse.

Uiteindelijk hebben we op het PECC een duidelijk beeld van wat er staat te gebeuren. De laatste eindjes worden gecoördineerd zodat de Afghaanse patiënten per Afghaanse helicopter kan landen op het vliegveld naast ons kamp. Als ik met de MEDAD vast richting het hospitaal loop om te kijken hoe daar straks alles verloopt, zien we de helicopter ook net landen. Niet veel later wordt de eerste patiënt door een ambulance afgeleverd bij het ziekenhuis. Dan horen we plots dat er een derde patiënt mee is gestuurd. Niet veel later wordt de tweede en inderdaad ook een derde slachtoffer afgeleverd.

In het ziekenhuis is het opvallend hoe ook hier een gespannen rust hangt terwijl de patiënten om de beurt naar binnen gebracht worden. De teams werken samen als een bijna geautomatiseerd systeem waarin de patiënten snel gescand worden. Het eerste slachtoffer blijkt mee te vallen, een hoofdwond, maar verder niet iets ernstigs. De volgende dag zorgen we dat die door de Amerikaanse collega’s wordt opgehaald waarna zij hem terugbrengen naar het Afghaanse militaire ziekenhuis.

Het tweede slachtoffer is er minder goed aan toe. Op de CT-scan is duidelijk te zien dat hij een gebroken ruggenwervel heeft en verdere gespecialiseerd chirurgie nodig heeft. Hiervoor wordt er door de chirurg wat heen en weer gebeld met een gespecialiseerd militair hospitaal in Kabul. Voor hem regelen we vanuit het PECC diezelfde avond nog een TACEVAC (tactical evacuation). De jongen wordt een paar uur later door een Amerikaans vliegtuig opgehaald en overgebracht naar Kabul.

De derde patiënt is meer om te doen. Deze was niet aangemeld door de Amerikanen en was nu dus voor iedereen een verassing. Snel bel ik de Amerikanen om te checken of zij hier meer van weten. Opnieuw moet er van alles snel uitgezocht worden, namen, leeftijd, verwondingen, rangen, id-nummers want we moeten voorkomen dat er in het ziekenhuis een gevaarlijke situatie ontstaat. Niemand weet uiteindelijk precies hoe het is gelopen, maar de patiënt heeft genoeg redenen om in ons systeem te liggen. De theorie die over blijft is dat ze in het Afghaanse ziekenhuis gedacht hebben om die patiënt er bij te doen, omdat ze er zelf weinig mee konden in de hoop op een oplossing…“inshallah”.

Waar het ene deel van mijn werk dus relatief planbaar is, is het andere deel hectisch en onvoorspelbaar. Maar het heeft veel raakvlakken en is een uitdagende leuke combinatie met ook twee heel verschillende maar zeer professionele teams om mee samen te werken. Aan de ene kant plan ik voor als iets mis gaat, aan de andere kant stuur ik aan als er iets mis is gegaan.


«   »